|
door Theo Theloesen, augustus 2008 De karategroep van de toenmalige Budo Bond Nederland vestigde zich zelfstandig als Karate-do Bond Nederland (K.B.N.) per 1 januari 1980 en had haar bondsbureau aan de Javastraat 7A te Den Haag. De KBN is erkend door NOC*NSF en als zodanig de karate landsbond van Nederland Als sportschoolhouder en rijksgediplomeerd leraar karate-do, maar ook als scheidsrechter kata en kumite volg ik het wel en wee van de Karate-do Bond Nederland met bijzondere aandacht. De bond doet een magazine blad uitkomen dat 4 maal per jaar verschijnt en naar elk lid wordt verzonden. Dit bondsblad wordt kortweg Taiko genoemd. Nu ik dit schrijf is inmiddels Taiko editie nummer 98 (jaargang 26, maart 2008) bij alle KBN-leden bezorgd. Naar aanleiding van de KBN-ledenvergadering die op 1 juni 2008 plaats vond in het nationaal Sportcentrum Papendal besloot ik om een enkele overdenkingen op schrift te stellen. Van 1981 tot 2002 ben ik medewerker geweest van de Taiko en om de tijdslijn van de KBN-ontwikkelingen weer helder te krijgen pakte ik de stapel van 98 Taiko's erbij en ging aan het bladeren om de geschiedenis van de KBN weer even in beeld te krijgen. Ik zou voorzichtigjes willen zeggen dat zo'n 80 procent van de inhoud van de Taiko gaat over sportkarate en hieraan gerelateerde onderwerpen. Bedenkende dat de KBN subsidie krijgt van NOC*NSF is het niet zo gek dat 'sport' een belangrijke plaats inneemt in de bond. De groep karateka's (jeugd inbegrepen) die zich bezighoudt met wedstrijden en toernooien wordt op ongeveer 700 geschat.
Uiteraard heeft de KBN een website. De domeinnaam hiervan is www.karatebond.nl Mijn ervaring is dat de KBN website niet het juiste contactmedium is tussen een recreatieve karatebeoefenaar en de bond. Evenals de Taiko geeft de KBN website te veel het idee dat de 8000 bondsleden allemaal zijn geďnteresseerd in karate als sportvorm. In de praktijk van alledag is het doorgaans de leraar die beslist welke informatie hij/zij belangrijk vindt om door te geven aan de leerlingen van de sportschool. De afgevaardigde van de sportschool die de Leden Vergadering van de bond bezoekt is in de praktijk doorgaans dan ook de leraar van de sportschool. De gemiddelde oranje-bander van 18 jaar en ouder die KBN-lid is heeft nagenoeg weinig besef van de KBN. Aan nationale kampioenschappen kan hij/zij niet meedoen omdat hij/zij nog geen 3de kyu-graad heeft. De regel dat men minstens 3 jaren aaneengesloten lid moet zijn van de bond om te mogen deelnemen aan een nationaal dan-examen, is vaak de enige reden waarom men op dat moment lid wordt. Wil men de opleiding voor leraar karate-do gaan volgen dan moet men naast andere vooropleidingseisen natuurlijk ook een dangraad (zwarte-band) bezitten. Voor het volgen van opleidingen in het scheidsgerecht geldt ook dat men een gevorderde graad in het karate moet bezitten. Het is dus belangrijk om bijvoorbeeld de gemiddelde 18 jarige oranjebander een goed beeld te schetsen van de mogelijkheden van het KBN-lidmaatschap. Het moet hem/haar duidelijk zijn dat het KBN-lidmaatschap een investering is waar men mogelijk pas op zijn vroegst na 3 a 4 jaren de voordelen van kan ondervinden. Op dat punt onderscheid een lidmaatschap van de Karate-do Bond Nederland zich van een willekeurig lidmaatschap van een andere nationale sportbond. Een sterk punt van de KBN is dat zij in Nederland de enige door NOC*NSF en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) erkende karatebond is. Karate beoefening bij een school/vereniging die is aangesloten bij de KBN geeft de garantie dat er les wordt gegeven door een rijksgediplomeerd leraar karate-do. Wat ik vooral duidelijk wil maken is dat talenten pas als zodanig kunnen worden opgemerkt wanneer zij schreden zetten op het competitiepad. Onder de juiste begeleiding kan pas daar op de tatami worden vastgesteld of de x-factor in de kiem aanwezig is. Ik weet dat er vechtsportscholen zijn, gelukkig niet in de KBN, waar de instructeur de mening is toegedaan dat sportkarate onzin is en dus zijn leerlingen niet in die richting kan en zal sturen. Eeuwig zonde wanneer je de x-factor bezit en in zo'n circuit terecht komt. Een ander punt van ergernis dat mij bezighoudt zijn de zogenaamde karatekampioenen van de minibondjes die ook Nederland te vinden zijn. Het verstoort ernstig de beeldvorming die de KBN over sportkarate tot stand probeert te brengen en nog erger is het voor die minikampioenen die vroeg of laat ontdekken dat zij die kampioenstitel beter in de prullenbak kunnen doen belanden. Wie anderen wil aansteken moet eerst zelf branden, is een motto waar best wel eens over mag worden nagedacht. Sportkarate (WKF-sparren) heeft helemaal niet maar dan ook niets met een karatestijl te maken. Shotokan grondlegger Gichin Funakoshi (1868-1957) en Okinawa Goju-Ryu grondlegger Chojun Miyagi (1888-1953) konden onmogelijk vermoeden met welke snelheid, kracht en precisie de wedstrijdmensen van nu een ura-mawashi achter op je hoofd kunnen plaatsen. Het maakt de taak van de KBN er niet makkelijker op om zowel de belangen te dienen van sportkarate alsook die van traditioneelkarate. Hebben we het over sportkarate, dan weten we waar we over spreken. In de WKF-reglementen besloten ligt de identiteit van sportkarate. Over de identiteit van iets dat in een generieke term 'traditioneel karate' wordt genoemd is het laatste woord nog niet gezegd. Het zogenaamde 'traditioneel karate' is verdeeld in verschillende karatestijlen en opvattingen. Niet de verschillen maar juist dat wat men gemeenschappelijk heeft is interessant, om te komen tot standaardisering van 'traditioneel karate'. De 7000 niet sportgerichte KBN-leden zullen naar alle waarschijnlijkheid zichzelf plaatsen onder de noemer 'traditioneel'. Juist uit deze groep komen de meeste kandidaten voort die we zien bij de openbare KBN dan-examens. Hoe moeilijk ook, er moet een format tot stand komen waarmee vooral dat wat de stijlen gemeenschappelijk hebben kan worden gemeten in termen van voldoende of onvoldoende. Aan de hand van een meetlat die er nog moet komen, kan dan aan kandidaten worden uitgelegd waarom men is geslaagd of gezakt. Een klus waar de Coördinator Danexamens en Promotie zijn handen vol aan zal hebben. |